naar

 

ZONNEBRILLEN PASSEN

Je weet nog goed: je had er vijf. Gelukkige tijd.
Maar op de beste ging je zitten en je laatste lief
nam er een mee. Dan zijn er dus nog drie.
Maar waar? Gesmolten met de sneeuw
van vorig jaar?

Wanhoop drijft je de straat op. Hoofdpijn
bliksemt je de winkel in. Er is een wand
vol nieuwe monturen. Je wordt een insect.
Een vieze man. Een homoseksuele zanger.
Patser. Pooier. Skileraar. Lul de behanger.
Alles knelt. Je komt jezelf

steeds droever tegen in die stomme spiegel.
Ook dit gedicht wíl maar niets gaan betekenen!
Bid voor duisternis. Of regen.